Vroeger deden
we maar wat

INTERVIEW MET LAURENS TEN DAM

Laurens ten Dam (35) heeft in zijn twaalf jaar lange wielerloopbaan als professional ontzettend veel zien veranderen op het gebied van voeding. “Jarenlang deden we maar wat op het gebied van voeding. Voor mijn gevoel dacht niemand er echt goed over na. Dat is een paar jaar geleden gelukkig veranderd.”

In 2012 kwam de verandering, herinnert Ten Dam zich. “Voor die tijd was het behelpen en pakken wat je krijgen kon. In Nederland viel dat gelukkig nog wel mee, maar in het buitenland was het vaak zwaar. Je fietste vooral op witbrood en heel veel pasta. We verbleven elke dag in een ander hotel en moesten maar eten wat de plaatselijke pot schafte. Wie wel eens in Spanje is geweest weet dat je daar overal in het land hetzelfde witbrood krijgt. Ik kan me nog herinneren dat je na afloop van een koers een broodje kaas en een blikje fris in je handen kreeg. Daar moest je dan op ‘herstellen’. We deden maar wat. Achteraf kan het best zijn dat wij, de Nederlandse wielerploegen, op dat gebied wat achter lagen bij onze buitenlandse collega’s. Ik had de indruk dat zij wat voeding betreft verder waren dan wij.”

“Je fietste vooral op witbrood en heel veel pasta. We verbleven elke dag in een ander hotel en moesten maar eten wat de plaatselijke pot schafte.”

Dat veranderde in 2012. “Ineens kregen we eigen catering, op basis van eigen diëtisten. De maaltijden werden gestandaardiseerd op basis van onze behoeften. Er kwam veel meer variatie in de voeding, witbrood maakte plaats voor volkoren, er kwam een veel betere balans tussen de snelle koolhydraten van witbrood, aardappelen en pasta, en de langzame koolhydraten van volkoren, spelt, groenten en noten.” Ten Dam eindige in 2012 als 8ste in de Ronde van Spanje voor de toenmalige Rabobank-ploeg, zijn beste prestatie tot dan toe.

Wielrennen is een sport die enorm hoge eisen stelt aan het lichaam. Daar waar een gemiddeld mens 2000 tot 2500 kilocalorieën per dag verbruikt, verbruikt een wielrenner 6000 tot soms wel 8000 kilocalorieën per dag. En dus is het eten wat de klok slaat, van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat. “En ook tijdens de koers blijven we bijna voortdurend eten en drinken: tassen vol sportvoeding met repen, gels, broodjes.” Na de finish krijgen de renners drinken met daarin eiwitten en koolhydraten, om het lichaam meteen te laten herstellen van de zware inspanningen. En dan ’s avonds in het hotel nog een uitgebreide warme maaltijd, vol koolhydraten en eiwitten. Vervolgens naar bed en de volgende dag weer opnieuw eten, eten, eten en daarbij heel veel drinken.

Ten Dam houdt er zelf geen speciaal dieet op na. “Behalve misschien speltbrood met pindakaas en havermout: die kan ik niet missen.” Je kunt je afvragen of wielrennen als topsport eigenlijk wel gezond is. “Nee, echt gezond is wielrennen niet. Je pleegt heel bewust roofbouw op je lichaam. Je zoekt de grenzen op van wat een menselijk lichaam aan kan, en je gaat daar regelmatig ook overheen. Maar daar ga ik niet over zeuren. Je wordt gedreven door je eigen ambitie. Niemand dwingt mij om dit te doen. Ik wil dat helemaal zelf.”

Staat hij wel eens stil bij het feit dat de wielercarrière ooit eindigt en of die jarenlange roofbouw gevolgen heeft voor de gezondheid in de rest van zijn leven? “Ja, natuurlijk. Je hoopt zo lang mogelijk fit en gezond te blijven, zonder schade voor die jaren van roofbouw. Maar je weet dat niet. De tijd zal dat moeten uitwijzen.”

Ondanks die jaren van roofbouw kijkt hij met trots terug op zijn wielerjaren tot nu toe. “Ik kan wel zeggen dat ik bij de beste tien in de Tour de France ben geëindigd. Dat geeft wel voldoening.” Ten Dam eindige in 2014 als 9de in de Ronde van Frankrijk, voor de Belkin-ploeg. In de zomer van 2016 begint hij aan zijn  8ste Ronde van Frankrijk, ditmaal als meesterknecht voor de ploeg van Giant-Alpecin. “Mijn ambitie is om de kopmannen Tom Dumoulin en Warren Barguil zo goed mogelijk bij te staan. Gezien mijn leeftijd zou dit wel eens mijn laatste Tour kunnen zijn.”

Anno 2016 fietst Ten Dam vrijwel voortdurend met pijn in zijn rug. Tijdens een training in de Ardennen in de zomer van 2015 werd hij aangereden door een auto, waarbij hij een rugwervel brak. “Het klinkt misschien raar, maar ik heb door mijn jarenlange ervaring geleerd om die pijn om te zetten in iets positiefs. Ik kan heel goed fietsen met pijn.”

Ten Dam woonde lange tijd in Maastricht. “Lekker trainen in de Ardennen of de Limburgse heuvels en ook genieten van het gemoedelijke, Bourgondische leven van Maastricht. Daarvoor woonde ik in Alkmaar, waar het toch allemaal wat soberder was.” Recent woont hij in Sancta Cruz, in de Amerikaanse staat Californië. “Eigenlijk om twee redenen: mijn twee kinderen Jens en Bodi zijn nu nog jong en voordat ze straks naar school moeten wil ik nog zoveel mogelijk tijd samen met ons gezin doorbrengen. Verder houd ik heel erg van Amerika en de Amerikaanse manier van leven.”

Foto’s: LtD Gravel Raid 2019 – (c) Brian Megens (www.brianmegens.com)