Gastheer Guido gelooft in totaalbeleving

11 september 2018

Bewust en lekker eten. Dat is waarvoor mensen volgens Guido van Uden (30) naar De Bisschopsmolen komen. “De lunchgerechten die we serveren zijn simpel, maar dan wel heel goed.”

Guido heeft als nieuw ‘hoofd gastheer’ een flinke portie ambitie om de filosofie van de bakkerij nog meer beleefbaar te maken in de gelagkamer. Wat hem betreft moeten nog veel meer mensen weten dat naast de bakkerij ook een horecagelegenheid is, waar je kunt genieten van ontbijt, lunch of een stukje vlaai. “We mogen niet klagen, want het is elke dag druk. Maar de beleving mag nog beter aansluiten bij de kracht van de mooie producten.”

Graan op tafel
Die kracht zit volgens hem in het gebruik van eerlijke ingrediënten. “We laten bezoekers proeven hoe lekker én gezond brood is. Het graan waar De Bisschopsmolen bekend om staat, komt hier op tafel. Maar dan verwerkt tot een smakelijk ontbijt- of lunchgerecht.”

Guido is ervan overtuigd dat juist de lunch geschikt is om een gezonde keuze te maken. “’s Avonds houden mensen meer vast aan hun bekende patroon, tussen de middag is verantwoord eten gemakkelijker. Bij onze kaart kun je erop vertrouwen dat de producten echt zelfgemaakt zijn, zoveel mogelijk uit de buurt komen en alleen natuurlijke ingrediënten bevatten.”

Niet trendy, wel eigentijds
Hoewel de gelagkamer wat hem betreft geen trendy zaak hoeft te worden, mag het gedachtegoed van De Bisschopsmolen wel nog sterker worden uitgedragen. Hij heeft in zijn carrière eerder ervaren hoe een goed concept de totaalbeleving kan versterken.

“De bezoeker zou op luchtige en toegankelijke wijze meer te weten kunnen komen over de producten”, vindt Guido. “Via leuke tips en weetjes, zoals dat we met het restbrood paneermeel maken dat weer wordt gebruikt in het gehaktbrood van Saveurs.”

Welke veranderingen hij precies gaat doorvoeren, wil Guido nog niet verklappen. “Ik heb sinds mei kunnen observeren en ervaren wat hier wel en niet werkt. Inmiddels zit ik vol ideeën, maar we moeten natuurlijk kijken wat haalbaar is. Maar wie weet”, mijmert hij, “is hier volgend jaar wel een vlaaienbar.”