De echte Limburgse vlaai, zo moet ‘ie zijn!

Een Limburgse vlaai is een echte Limburgs streekproduct, althans dat vinden wij. De vraag is ‘Wat verstaan we daar nu onder?’. Wat maakt de Limburgse vlaai nou écht Limburgs?  Hoe definiëren we deze  Bourgondische specialiteit?

EU-erkend streekproduct voor onze Limburgse vlaai

Met een groep bakkers uit zowel Belgisch als Nederlands Limburg werken we momenteel aan het verkrijgen van Europese erkenning voor de Limburgse vlaai als streekproduct. Dit is nog niet zo gemakkelijk, mede doordat elke bakker natuurlijk z’n eigen traditionele recept heeft en verhoudingen bloem, melk en boter in het deeg kunnen verschillen. De bakkers bepalen samen wat de criteria zijn voor de échte Limburgse vlaai: ‘Waar moet de Limburgse vlaai aan voldoen om deze naam te mogen dragen?’.

Tot onze verassing bleken we onderling bijna identiek te werken en denken. Zo liggen de verhoudingen in het deeg heel dicht bij elkaar en was het gemakkelijk hier strakke richtlijnen voor vast te leggen. Daarnaast is er overeenstemming dat een Limburgse vlaai in zijn geheel, dus met fruit-, pudding-, of rijstevulling, gebakken moet zijn. Vlaai met ongebakken fruit, schuim of slagroom zijn dan géén Limburgse vlaai. De aanvraag is ingediend, de uitkomst wachten we af! Wat per dorp of stad echter kan verschillen, is hoe zacht men de vulling van de rijstevlaai wil hebben. In het ene dorp moet de vulling ‘lopen’ wanneer je de vlaai aangesneden hebt, terwijl men twee dorpen verder juist de voorkeur geeft aan een vastere rijstevulling.

Bij de Bisschopsmolen gaan we echter nog een stap verder dan deze criteria. Wij geloven dat een vlaai écht Limburgs is wanneer je zoveel mogelijk ingrediënten uit de streek haalt. De Kollenberger Spelt, waar we het bloem van verwerken, word geteeld in Beek, Urmond, Valkenburg, Schinnen en Voerendaal. Het fruit voor de vulling, zoals de kersen, pruimen en appels, worden geteeld door Familie Leessens in Bemelen of Familie Mertz uit St. Geertruid. Hazelnoten halen we uit Ospeldijk bij de Familie Feijen en de eieren komen uit Meijel van fam van den Beuken. Zo weten we niet alleen waar onze ingrediënten vandaan komen, maar kennen we ook de mensen achter het product. Stuk voor stuk mensen die met liefde hun bedrijf runnen en staan voor kwaliteit en kennis. Daar zijn we trots op!

Een belangrijke bijkomstigheid: door ingrediënten en producten te gebruiken die afkomstig zijn uit je eigen regio, verklein je jouw ecologische voetprint en draag je bij aan een duurzamere wereld.

 

Stukje geschiedenis!

Op afbeelding zie je De Brabantse Boerenbruiloft, geschilderd door Pieter Bruegel in de 16e eeuw. Daar zie je eigenlijk de eerste vlaaien op afgebeeld. De twee witte taarten zijn griezenpapvlaaien, die later door de Spanjaarden verder ontwikkeld zijn tot de rijstevlaai. Wat Limburgers echter vaak liever niet hardop zeggen, is dat de Limburgse vlaai van origine eigenlijk helemaal niet Limburgs is…

De vlaai heeft zijn roots namelijk in Zuid-Duitsland liggen, in de buurt van de Bodensee. Daar werden in de Middeleeuwen reeds resten brooddeeg en fruit samen gebakken, wat Fladen werd genoemd. Een heel duurzame lekkernij dus, die we hier in Limburg verfijnd hebben.

Een simpel gistdeeg en smaakvolle fruitvulling, meer heb je niet nodig voor een goede vlaai. Wij bakken alleen met natuurlijke ingrediënten blijven weg van onnodige conserveringsmiddelen, kleur-, geur- en smaakstoffen. Simply delicious! Onze bakkers bakken met liefde en passie, met respect voor de ingrediënten. Dit is ook de reden waarom we geen slagroom bij de vlaai serveren bij un stökske vlaoj. Hij is zo vol van smaak, met slagroom zou je die bonk passie en liefde van alle telers en bakkers niet meer proeven! Zonde.

Wilt u de échte Limburgse vlaai proeven? Breng dan een bezoekje aan onze Bisschopsmolen in hartje Maastricht. Neem plaats in onze Gelagkamer, zie de bakkers aan het werk en neem uit onze winkel gerust een vlaai mee voor de thuisblijvers. Liever zelf leren bakken? Volg dan onze workshop vlaai bakken!

 

Tot slot een oud Limburgs versje:

Vlaoj, vlaoj sókker oppe vlaoj

Iech wouw tot iech dao un stökske vlaoj vaan had

En al waor ut stökske nog zoe klein

Dao mót wel sókker op zien